Veelgestelde vragen over het mestbeleid 2018 - All FAQs

FAQs - All FAQs

Dat is niet anders dan de dag van vandaag. Men moet dan aangeven dat het gaat om een analyse waarvan resultaat niet gekend is in MTIL. Er wordt dan ook gereden met waarde 0. De termijn tot aanpassen is 40 dagen. In principe is dat wel een termijn waarbinnen analyseresultaten gekend zullen zijn.

In de verdere toekomst zal de Mestbank dat automatisch gaan aanpassen. Dan zal men op basis van de resultaten die de Mestbank bereiken alle transporten die gereden zijn op 0 automatisch gaan aanpassen aan de waarde van de analyse van zodra de samenstelling is gekend bij VLM. 

In geval er geen analyseresultaat is klopt het gegeven dat men niet weet wat de inhoud is en hoe men moet bemesten. Nu dat is de dag van vandaag niet anders. Ook nu bestaat het systeem om te rijden met mest waarvan de analyse nog niet is gekend, anderzijds weet men ook dat de huidige forfaits niet realistisch zijn en dat bemesting op basis van die waarden ook niet correct kan/kon.

Men moet bij de bemesting werken met een bepaalde veiligheidsmarge, zeker als er geen voorgeschiedenis is met betrekking op de mestsamenstelling. 

Indien een landbouwer kiest voor analyses dient dit te gebeuren op basis van vrachtstalen als het gaat over varkensmest. Dit valt volledig onder de nieuwe wetgeving net zoals bij andere bedrijven. Indien men werkt met een rechtstreekse leiding naar de verwerking moet er ergens tussen de pomp en de verdere leidingen de mogelijkheid worden gemaakt om een bemonsteringstoestel tussen te koppelen.

Naar frequentie toe is het zo dat op het moment dat men overpompt er steeds een analyse moet zijn van de betrokken mest van max 3 maand oud. Bij het nemen van de monsters moeten er dus minstens 2 stalen genomen worden dwz 2 recipiënten gevuld worden tijdens het overpompen. Het begin van het overpompen en einde moeten best worden vermeden.

Ja alle stalen die men wil gebruiken voor de mestbank moeten in SMIL aangemeld worden en de resultaten moeten bezorgd worden aan VLM via dat loket.

Uiteraard kunnen staalnemers nog stalen nemen, het zijn de laboratoria zelf die aangegeven hebben dat ze niet de capaciteit hebben om dit op te vangen (zie ook vraag hierboven). Dat EM zomaar stalen gaan mogen nemen zonder opleiding klopt niet. De opleiding van november 2017 op zich is niet verplicht, omdat de opleiding niet zozeer over de staalname op zich gaat maar over de manier waarop je een dossier samenstelt om bevoegd verklaard te worden om stalen te nemen.

Het uiteindelijk bevoegd verklaard worden is gekoppeld aan de indiening van uw dossier en zelfs een audit van VITO. Dus zij moeten ook net zoals de laboratoria en staalnemers een dossier indienen en goedkeuring krijgen. We willen alleen de service leveren dat zo een dossier niet zo moeilijk is om samen te stellen, het staat hen immers vrij om het volledig zelf te doen of hiervoor een bureau aan te spreken. Vandaar dar deze opleiding niet verplicht is.

Bijkomed is het ook zo dat de transporteurs enkel bevoegd worden verklaard voor het nemen van vrachtstalen van drijfmest en dus niet bemonstering van putten, opslagen of vaste mest.  

Neen het systeem van staalnemer-verwerker verdwijnt. Ook voor rundveemest. Er zijn nog 2 soorten staalnames die geldig zijn.

  • - Putstaal (niet voor vloeibare varkensmest)
  • - Vrachtstalen

Vrachtstalen moeten steeds voldoen aan de principes om met vrachtstalen te werken. (Laadplaats, minstens 2 vrachten,….) ongeacht de mestsoort. 

UPDATE 22/12/2017

Om de overgang wat vloter te laten verlopen werd er beslist om het systeem van staalnemer-verwerker nog te laten doorlopen tot 15/02/2018. Dit brengt met zich mee dat tot en met 15/02/2018 nog een analyse bij de verwerker genomen kan worden die 3 maanden geldig is. Op die manier heeft u een analyse die geldig is tot en met 14/05/2018. Deze telt echter niet mee voor de BSM.

Burenregeling kan voorlopig nog afgesloten worden voor 1 jaar. Een landbouwer moet dan opgeven hoeveel ton hij wil afzetten naar zijn collega.

  • - Zij die werken met forfait of BSM zullen dan verder niets moeten doen, want voor hen wordt N en P2O5 berekend op basis van de forfaitaire cijfers of de BSM.
  • - Landbouwer die met analyses werkt zal als er een geldige analyse is die waarden gebruiken op moment van opmaak van de burenregeling. Is er geen geldige analyse dan de forfait.
    • o Aanbieder moet ervoor zorgen dat als men rijdt in het kader van de burenregeling er steeds een analyse is die max 3 maand oud is.
    • o Op het einde van het jaar moet men dan bevestigen hoeveel mest er effectief werd gereden met de op dat moment geldende samenstelling. 

Een BSM kan men sowieso niet aanvragen. Een BSM wordt voorgesteld door VLM op basis van een verzameling van analyses. Men kiest dus voor analyse in dergelijke gevallen daar er geen FF bestaat. Dwz dat men dus om de 3 maand (toch als men transport wil doen) stalen moet hebben.

Voor dikke fractie en dunne fractie van gescheiden mest zal in eerste instantie geen BSM kunnen, we hebben daar, net zoals voor rundermest, nog geen gegevens over. Mogelijks moeten bij die mestsoorten andere marges gehanteerd worden. Dus voorlopig niet, maar kan in de toekomst er wel bijkomen. 

Het is toch niet logisch dat dezelfde vork wordt toegepast voor alle diercategorieën (zeugen-varkens)?

Dit klopt enerzijds wel, de inhouden van zeugenmest zijn lager waardoor de toegelaten afwijking groter is dan bij vleesvarkens, maar anderzijds is ook uit het project gebleken dat deze mestsoort variabeler is wat dan weer een grotere marge voor zeugenmest verantwoord.

Indien de landbouwer kiest voor een BSM dan is het belangrijk dat hij een aantal zaken goed in overweging neemt. De Mestbank stelt immers geen eisen naar spreiding of frequentie van de monsternames. Er wordt tevens geen minimale tijdspanne vastgelegd waarbinnen de stalen moeten genomen zijn. 

De landbouwer dient goed na te gaan dat de monsternames gebeuren op momenten die relevant zijn voor de bedrijfsvoering. Het hangt met andere woorden af van het bedrijfsmanagement hoe een monsternamecampagne voor zijn bedrijf het best gebeurt om een zo correct mogelijke inhoud te hebben van de mest die aanwezig is op zijn bedrijf gedurende het jaar. Uiteraard kan hij kiezen om zo snel als mogelijk 4 stalen te nemen en over te schakelen naar een BSM, maar dat is niet in alle situaties een garantie dat de samenstelling voor zijn bedrijf dan correct werd bepaald. 

Volgende lijst van aandachtspunten kunnen een leidraad zijn. Deze zijn zeker niet limitatief, maar kunnen ervoor zorgen dat hij een zo realistisch mogelijk beeld heeft van de mestsamenstelling op zijn bedrijf. Bij het bepalen van een monsternamecampagne is het belangrijk om alle handelingen op het bedrijf die de inhoud van de mest kunnen laten variëren in kaart te brengen

  • - Monsternames zoveel mogelijk spreiden over de tijd zo kunnen lange termijn veranderingen opgevangen worden. Vb bij een “all-in-all-out” systeem moet minstens 1 ronde bemonsterd worden. Bedrijven die twee maal per jaar mest afvoeren kunnen best tijdens beide campagnes monsternames uitvoeren alvorens over te schakelen naar een BSM
  • - Eerste en laatste transporten van een reeks aaneensluitende vrachten kunnen best vermeden worden om te bemonsteren.
  • - Kelders waarboven verschillende diersoorten (varkens) worden gehouden kunnen best gemixt
  • - Verschillende stallen of kelders kunnen samen genomen worden op voorwaarde dat het management in alle stallen gelijkaardig is. vb. Diersoort, voeding, waterhuishouding, voedersysteem.
  • - Combineren van verschillende meststromen in een kelder geeft aanleiding tot grote verschillen en bijgevolg kan BSM in praktijk niet toepasbaar zijn, tenzij de handeling een constante is in de bedrijfsvoering. Vb toevoegen van waswater van luchtwasser, spoelwater, effluent,… aan de dierlijke mest kan beter gebeuren verspreid over het jaar dan op 1 moment in het jaar.Bijkomend moet deze mengeling afgezet worden als mengeling en niet als zuivere varkensmest. Nog beter is dat dergelijke stromen apart worden afgezet
  • - Emissie-arme stallen die met verschillende mestkanalen zitten leveren ook uiteenlopende resultaten op tussen de verschillende kanalen. Een optie hier is om te werken met een tussenopslag en al de mest vanuit de tussenopslag te laten vertrekken.
  • - Maatregelen om de homogeniteit van de mest te bevorderen, moeten altijd uitgevoerd worden en niet enkel voorafgaand aan de monsternames.

U dient er rekening mee te houden dat de resultaten, hoe goed ze ook zijn, enkel waarde hebben als ze bekomen werden uit monsters die de dagdagelijkse praktijk van het bedrijf reflecteren.

Contacteer ons

Voeders Denys

Industrielaan 30

8810 Lichtervelde

051 72 20 82

info@voedersdenys.be

© 2020 Voeders Denys NV. All Rights Reserved.