Veelgestelde vragen over het mestbeleid 2018 - All FAQs

FAQs - All FAQs

Neen, er wordt geen termijn gehangen waarbinnen de stalen genomen moeten worden voor de bepaling van een BSM. Men kan dus alle resultaten over verschillende jaren meenemen tot zolang het jaren betreft waar aaneensluitend gekozen is voor analyses. 

Een landbouwer kan steeds vragen een nieuw ijkpunt in te stellen als daar argumenten voor zijn. Dit zorgt ervoor dat stalen die betrekking hebben op een periode die niet realistisch is voor de bedrijfsvoering niet worden meegenomen en landbouwers deze niet meesleuren en zo nooit aan en BSM komen. 

Ja dat is mogelijk. Dit gaat dan wel over 2 BSM’s gaan. Een emissiearme stal die goed functioneert moet er immers voor zorgen dat de mestsamensteling anders zal zijn dan in een traditionele stal. De landbouwer zal in dergelijk geval bij zijn keuze de opsplitsing moeten maken en vervolgens stalen nemen van de verschillende stallen en hierbij aangeven welke stalen van welke stal afkomstig zijn. Zo kan ergewerkt worden naar een BSM op iedere stal apart en kan het ook voorkomen dat op de ene stal men een BSM heeft en op de andere men moet blijven werken met analyses omdat de variatie daar te groot is. 

Het risico dat er dan een BSM gegeven wordt die er eigenlijk geen is, neemt aanzienlijk toe.

Je kan immers maar spreken van een bedrijfsspecifieke mestsamenstelling als blijkt dat de samenstelling voldoende stabiel is. Als dat effectief zo is dan zal dat naarmate er meer analyses binnenkomen, blijken.

Als uit een eerste set van 4 blijkt dat er geen BSM is en uit een volgende afzonderlijke set van 4 komt wel een BSM dan is er iets heel raars aan de hand. Want als de tweede set van 4 dezelfde mest is qua samenstelling (wat je toch verwacht bij een BSM…) als de eerste set van 4 dan zou de totale set van 8 ook de toets voor een BSM moeten doorstaan en dan maakt het dus geen verschil dat je ze alle 8 samen neemt. Als dat niet het geval is, dan kan je hoogstens stellen dat de tweede ‘batch’ redelijk homogeen was,  maar dat betekent dus niet dat de mestsamenstelling uit die stal(len) voldoende homogeen/stabiel is om van een BSM te kunnen spreken.

Echter als er redenen zijn om aan te nemen dat er stalen bijzitten die niet realistisch zijn kunnen deze gemotiveerd niet in rekening worden gebracht. Men kan als landbouwer ook steeds een nieuw nulpunt instellen als daar redenen voor zijn. Vanaf dat punt worden dan stalen in het verleden niet meer meegenomen.

De nieuwe forfaitwaarden zijn gebaseerd op alle resultaten van vrachtstalen die de mestbank ter beschikking heeft. Uit het project is gekomen dat de variatie in de putstalen veel groter is vandaar dat voor het bepalen van de nieuwe forfait enkel vrachtstalen in rekening zijn gebracht. Dit zijn vrachtstalen genomen door onze dienst Handhaving sinds 2009 en alle vrachtstalen uit het pilootproject.

Nieuwe resultaten van vrachten zullen gebruikt worden om deze forfaits eventueel bij te sturen indien nodig. In de wetgeving is voorzien dat deze kunnen aangepast worden door de minister.

Momenteel is er maar 1 mestcode voor drijfmest van zeugen. Dat is Code 9: Zeugen en biggen. Echter is er al lang vraag naar een opsplitsing tussen kraamstalmest en dekstalmest. Landbouwers die kiezen voor analyses zullen afhankelijk van de bedrijfsvoering kunnen kiezen tussen:

  • - Code 9: Zeugen en Biggen(huidige code): met FF of analyse
  • - Code x: Zeugen drachtstal (zuivere zeugenmest zonder biggenmest) enkel analyse
  • - Code y: Zeugen kraamstal (mest van zeugen + mest van biggen tot 7kg) enkel analyse

Mest van de biggenbatterij die apart wordt opgeslagen en afgezet moet afgevoerd worden met code 499 (Biggen 7-20kg).

De analysecijfers (gebaseerd op minstens 2 vrachtstaalnames) is voor 3 maand geldig en wordt dan vervangen door nieuwe cijfers. Met welke cijfers wordt dan die beginstock bepaald? Met de eerste analysecijfers van het jaar of met een gemiddelde van de verschillende kwartalen?

Dat zal het gemiddelde van de verschillende kwartalen zijn als er geen analyse beschikbaar is op het einde van het jaar die nog geldig is. Dat is enkel van toepassing indien een bedrijf wordt doorgerekend door de mestbank.

Regel die wordt in acht genomen voor het bepalen van de inhoud van de opslag varkensmest op 1 januari.

    • Indien er een geldige gemiddelde samenstelling van minstens 2 vrachtanalyses is gekend van max drie maand oud dan is dat de samenstelling voor de opslag
    • Indien bovenstaande er niet is dan wordt de inhoud bepaald door het gemiddelde van alle gekende vrachtanalyses van het afgelopen jaar te nemen (moeten er dus minstens 2 zijn)
    • Indien er geen enkele of maar 1 vrachtanalyse beschikbaar is, wordt de forfait genomen (kleine bedrijven bvb)
    • Indien er geen forfait is, dient men een putstaal te nemen. (Dus enkel in geval van mengeling)

    Voor de stocks gaan we in de toekomst naar aangifte toe vnl belang hechten aan de volumes. Deze worden dan afhankelijk van het jaar dat eventueel wordt doorgelicht of wordt bekeken, berekend op basis van het gekozen systeem. In uw voorbeeld gaan we ervan uit dat de landbouwer enkel voor FF gaat kiezen als de FF realistisch is tov van de gekende analyses op dat bedrijf. Indien daar veel verschil op zit is het geen goed idee om over te schakelen. Het doel van al deze wijzigingen is om meer naar de realiteit te gaan voor onze mestsamenstellingen. Dus indien hij zo werkt zal inderdaad zijn nutriënteninhoud tussen 2017 en 2018 wijzigen (stijgen of dalen tov 2017) maar in principe zal dat beperkt zijn daar dit bedrijf een bedrijf is dat eigenlijk weet wat er in zijn mest zit en enkel overschakelt naar FF als deze dichtbij de analyses zit.

    Concreet:

    • - indien zijn bedrijf door de mestbank wordt bekeken voor PJ 2018 zal gerekend worden met de FFwaarden voor zijn beginstock en eindstock om zijn volledige balans te maken
    • - indien dit bedrijf bekeken wordt voor PJ2017 zal zijn stock afgerekend worden aan de analysewaarden wat nutriënten betreft.
    • - Indien dit bedrijf kiest om in 2018 met analyses te werken zal hij eind 2018 zijn inhoud moeten opgeven in volumes en nutriënten worden dan bepaald op basis van een analyse die op dat moment nog geldig is (3 mnd niet verstreken) of het gemiddelde van alle analyses van 2018. In dergelijk blijft beginstock de analyse van eindstock 2017 en de eindstock de analyse van eind 2018.

    Dossier voor toekenningen NER-MVW ingediend tem 31/12/2017: de berekening gebeurt met de oude FF cijfers. Voor de evaluatie van 2017 moet er voldoende verwerkt worden obv oude cijfers. Begin 2018 zal een herrekening komen met de nieuwe cijfers. Voor de evaluatie van 2018 zal er met de nieuwe cijfers gerekend worden.

    Contacteer ons

    Voeders Denys

    Industrielaan 30

    8810 Lichtervelde

    051 72 20 82

    info@voedersdenys.be

    © 2020 Voeders Denys NV. All Rights Reserved.